Uitspraak
gemachtigde [A],
1.1. Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg in juli 2011 een boete van NAf 1.000 opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de winstbelastingaangifte over 2009. Belanghebbende had op 2 maart 2010 een verzoek tot vrijstelling van de aangifte ingediend, maar ontving daarop geen reactie. De aangifte werd uiteindelijk pas op 29 september 2010 ingediend, terwijl de termijn was verlengd tot 31 juli 2010.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de boete niet-ontvankelijk, maar belanghebbende kwam hiertegen in beroep. Tijdens de zitting in november 2014 werd geconcludeerd dat de boete verminderd moest worden tot NAf 500, omdat de Inspecteur ten onrechte uitging van een derde verzuim. De Raad oordeelde dat het verzoek om vrijstelling belanghebbende niet ontsloeg van de verplichting tot tijdige indiening, omdat geen reactie was ontvangen.
De Raad stelde vast dat belanghebbende het aanslagbiljet nooit had ontvangen en dat het bezwaar dus niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden. De boete werd passend geacht na vermindering. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd en de boete verminderd tot NAf 500.
Uitkomst: De boete wegens te late indiening van de winstbelastingaangifte is verminderd van NAf 1.000 naar NAf 500.