Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
- Is de investering in de condominiums aan te merken als “een onderneming tot exploitatie van hotels of andere gelegenheden tot verblijf en ontspanning” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, LBBH?
- Biedt de LBBH aan de Gouverneur de mogelijkheid om de tax holiday te beperken tot een deel van een onderneming/project, of kan dat alleen via een afwijking van de te verlenen faciliteiten als bedoeld in artikel 3 LBBH Pro?
- Is het gelijkheidbeginsel geschonden doordat aan andere resorts in vergelijkbare gevallen wel de tax holiday is verleend?
- Is sprake van schending van het vertrouwensbeginsel?