Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
1.81
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, woonachtig in het Franse deel van Sint Maarten en werkzaam in het Nederlandse deel, maakte aanspraak op aftrek van rentekosten eigen woning over het jaar 2011. De Inspecteur had de aftrek van rentekosten van Naf 8.852 niet toegestaan, wat leidde tot bezwaar en beroep.
De Raad stelde vast dat de eis van een hypothecaire lening niet geldt voor aftrek van eigenwoningrente en achtte aannemelijk dat een deel van de persoonlijke leningen verband hield met het hoofdverblijf in het Franse deel. Dit deel van de rente werd daarom als aftrekbaar erkend.
De lening voor het appartement in het Nederlandse deel, dat niet als hoofdverblijf wordt gebruikt en niet verhuurd is, werd aangemerkt als tweede eigen woning die defiscaliseerd is. De rente daarop is daarom niet aftrekbaar. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen wegens onvoldoende bewijs van een bewuste standpuntbepaling van de Inspecteur.
De Raad verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag met het bedrag van de aftrekbare rente.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd door aftrek van een deel van de rentekosten eigen woning toe te staan, terwijl de rente op de tweede woning niet aftrekbaar is.