ECLI:NL:ORBBACM:2015:20
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- S. Verheijen
- G.J. van Muijen
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijf voor vastgoedbelasting in overgangsjaar 2013
Belanghebbende kocht in 2011 een kavel op Bonaire en bouwde daarop een woning die in januari 2013 werd opgeleverd. Tot de verkoop van hun woning in Europees Nederland in november 2013 verbleef belanghebbende daar als hoofdverblijf. In december 2013 is belanghebbende ingeschreven in het bevolkingsregister van Bonaire en betrokken zij de woning aldaar.
De kern van het geschil betreft de vraag of belanghebbende in 2013 twee hoofdverblijven had voor de toepassing van de vastgoedbelasting volgens artikel 4.4 van de Belastingwet BES. Belanghebbende stelde dat een regeling vergelijkbaar met de hypotheekrenteaftrek in Europees Nederland zou moeten gelden, waardoor tijdelijk twee hoofdverblijven mogelijk zijn.
De Raad concludeerde dat de Belastingwet BES geen voorziening kent voor het aanhouden van twee hoofdverblijven en dat het hoofdverblijf op de peildatum 1 januari 2013 in Europees Nederland lag. Daarom is de aanslag vastgoedbelasting op de woning op Bonaire voor 2013 terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vastgoedbelasting 2013 op Bonaire is ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.