Uitspraak
zitting houdende op Curaçao
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.De standpunten van partijen
5.Beoordeling van het geschil
heeftderhalve de bewijslast van de correcties. De correcties zijn gebaseerd op de, eveneens taxatief vastgestelde, inkomens van de jaren 1998 t/m 2000 met als motivering dat belanghebbende niet-van een nihil inkomen in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Op zich acht de Raad deze stelling aannemelijk; hij ontleent daaraan het (bewijs)vermoeden dat belanghebbende met de door hem verrichte werkzaamheden een bron van inkomen heeft gehad. Het is vervolgens aan belanghebbende om deze stelling te ontzenuwen.
devolgende wijze in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien: