ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK1245
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- E.M.D. Angela
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoek tot bevordering naar administrateur op basis van onvoldoende juridische werkzaamheden
Appellant, sinds 1994 aangesteld als referendaris bij de directie wetgeving, vorderde in bezwaar bevordering naar de rang van administrateur met bijbehorende bezoldiging per 1 september 2000 en 1 september 2002. Hij stelde dat hij vanaf 1996 juridische werkzaamheden verrichtte en in commissies zat, waardoor hij volgens hem in aanmerking kwam voor bevordering.
Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat de bezoldigingsregeling Aruba 1986 vereist dat functies op het niveau van administrateur een waardering op functiegroep IV moeten hebben, wat kaderfuncties zijn. Het enkele verrichten van juridische werkzaamheden is onvoldoende voor bevordering.
De directeur van de directie wetgeving had aangegeven dat appellant slechts marginale juridische werkzaamheden verrichtte en zich vooral op zijn studie richtte. De Raad vond dit aannemelijk en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij vóór zijn aanstelling bij DINA een functie bekleedde die bevordering rechtvaardigde.
De Raad bevestigde daarom het Landsbesluit dat appellant bevorderde per 1 september 2002 en 1 september 2004, maar wees het verzoek tot eerdere bevordering af.
Uitkomst: Het verzoek tot bevordering naar administrateur per 1 september 2000 en 1 september 2002 wordt afgewezen.