In deze ambtenarenzaak heeft de gouverneur hoger beroep ingesteld tegen de hoogte van de proceskostenveroordeling die het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba aan hem had opgelegd. Het geschil betrof een bevordering van betrokkene met ingang van 1 juni 2022, waartegen betrokkene bezwaar maakte en immateriële schadevergoeding vorderde.
Tijdens de bezwaarprocedure trok de gouverneur het bestreden besluit in en kwam geheel tegemoet aan het bezwaar van betrokkene. Het Gerecht verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit, wees de schadevergoedingsverzoeken af en veroordeelde de gouverneur tot betaling van proceskosten van Afl. 1.400,-.
De gouverneur stelde dat de proceskostenvergoeding te hoog was en dat het Gerecht een wegingsfactor van 0,5 had moeten toepassen of geen punt voor de zitting had moeten toekennen. De Raad oordeelde dat betrokkene terecht een punt werd toegekend voor het indienen van het bezwaar, maar dat er geen aanleiding was om een punt toe te kennen voor het verschijnen op de zitting, omdat de verzoeken om schadevergoeding waren afgewezen.
De Raad stelde de proceskostenvergoeding daarom vast op Afl. 700,-, vernietigde het deel van de uitspraak over de proceskostenveroordeling en veroordeelde de gouverneur tot betaling van dit bedrag. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep opgelegd.