Zes appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van landsbesluiten over hun bevorderingsverzoeken van augustus 2023. Na eerdere procedures waarbij het Gerecht en de Raad van Beroep zich over de fictieve weigering van beslissingen bogen, zijn de besluiten uiteindelijk in november 2025 genomen en in december 2025 aan appellanten uitgereikt.
De appellanten zijn het niet eens met de inhoud van deze besluiten en hebben daartegen bezwaar gemaakt bij het Gerecht, waarvan de behandeling nog moet plaatsvinden. In het onderhavige hoger beroep klaagden zij vooral over het uitblijven van ondertekende besluiten, een punt dat inmiddels achterhaald is.
De Raad van Beroep bevestigt het oordeel van het Gerecht dat de bezwaren tegen het uitblijven van besluiten ongegrond zijn nu de besluiten zijn genomen. De Raad gaat niet in op de inhoudelijke rechtmatigheid van de besluiten, omdat hierover een aparte procedure bij het Gerecht loopt. De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek om schadevergoeding en proceskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.