Appellante, voormalig interieurverzorgster bij het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur, verzocht in 2012 om benoeming in een administratieve functie. Na uitblijven van een reactie maakte zij in 2014 bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Dit besluit werd niet aangevochten met hoger beroep en heeft gezag van gewijsde.
In 2023 diende appellante een nieuw verzoek in om haar rechtspositie met terugwerkende kracht te herstellen. Ook hierop volgde geen beslissing, waarna zij in 2024 opnieuw bezwaar maakte. Het Gerecht verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat een geschil niet twee keer aan de ambtenarenrechter kan worden voorgelegd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het eerdere vonnis fouten bevatte, onder meer over de juiste verwerende partij en de ontvankelijkheid van haar bezwaar. De Raad verwierp deze gronden, benadrukkend dat de eerdere uitspraak onherroepelijk is en bindend blijft. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.