Uitspraak
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES (War 1951 BES)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties,
[Betrokkene]
Procesverloop
Overwegingen
Wat is het oordeel van het Gerecht?
Wat is het standpunt van de minister in hoger beroep?
Het standpunt van [betrokkene]
Wat is het oordeel van de Raad?
‘Zoals in 4.3 is overwogen is het niet aan de werkgever, maar aan de bedrijfsarts om te bepalen of de werknemer wegens ziekte ongeschikt is zijn functie uit te oefenen. Indien de bedrijfsarts van oordeel is dat de werknemer wegens ziekte ongeschikt is om te werken, is het ook aan de bedrijfsarts te oordelen of en, zo ja, in hoeverre de ongeschiktheid door aanpassingen kan worden weggenomen, wat dit betekent voor zijn ongeschiktheidsoordeel en daarover te communiceren met zowel werknemer als werkgever.’
-dat [betrokkene] vanaf haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag periodiek en veelvuldig contact heeft gehad met de bedrijfsarts;
-dat telkens haar inzetbaarheid is besproken, dat uit de rapportages blijkt dat zij – mede vanwege terugvallen in januari en juni 2023 – tot medio 2023 niet of nauwelijks inzetbaar is geweest;
-dat als gevolg daarvan de ingezette revalidatie moest worden afgebroken;
-dat naar aanleiding van de melding van [betrokkene] in november 2023 dat zij weer aan de slag wilde in december 2023 een overleg met de werkgever heeft plaatsgevonden over het aanbieden van aangepast werk;
-dat eind 2023 / begin 2024 is afgesproken een inzetbaarheidsonderzoek te laten plaatsvinden om te onderzoeken welke functionele mogelijkheden [betrokkene] had en om haar passende werkzaamheden te kunnen aanbieden;
-dat zij vanaf juli 2024 is gaan hervatten in aangepast werk;
-dat in november/december 2024 de conclusie is getrokken dat [betrokkene] voor 31,5 uur inzetbaar was en dat nagedacht kon worden over een extra taak;
-om uiteindelijk per 3 maart 2025 te concluderen dat [betrokkene] weer volledig arbeidsgeschikt was voor het verrichten van haar eigen functie.
Gelet op deze feiten en omstandigheden doet een uitzonderingssituatie als hiervoor bedoeld zich bij [betrokkene] niet voor.
Beslissing
- vernietigtde uitspraak van het Gerecht van 28 mei 2025 (zaak GAZ BON202400569);
- verklaart het bezwaar