Betrokkene was sinds 2018 tijdelijk benoemd als algemeen directeur van het Colegio Educacional Profesional Intermedio (EPI), met verlengingen tot 2023. Naar aanleiding van klachten over het functioneren van de schoolleiding werd een intern onderzoek ingesteld, waarna de minister besloot de tijdelijke benoeming van betrokkene voortijdig te beëindigen. Het Gerecht verklaarde dit besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd en vernietigde het.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl betrokkene eveneens in hoger beroep ging. De Raad van Beroep oordeelde dat de minister niet had aangetoond dat de klachten direct aan betrokkene te wijten waren en dat de noodzakelijke zorgvuldigheid bij beëindiging van de tijdelijke benoeming ontbrak, mede doordat betrokkene niet vooraf was geconfronteerd met de klachten en er geen functioneringsgesprekken waren gevoerd.
Het hoger beroep van de minister werd verworpen, het hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, omdat inmiddels een nieuwe directeur was benoemd. Betrokkene kreeg een schadevergoeding toegekend voor de misgelopen directeurstoelagen over de periode van 8 mei 2023 tot en met 31 juli 2023. Vergoeding van immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.