Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak (RAr)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[Appellant]
8 oktober 2024, zaaknummer CUR202401334 (aangevallen uitspraak),
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft het hoger beroep van een penitentiair inrichtingsmedewerker tegen zijn ontslag door de regering van Curaçao, gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. De medewerker had het hoger beroep tegen het strafvonnis ingetrokken, waarna het ontslag werd uitgesproken met terugwerkende kracht.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar tegen het ontslag ongegrond verklaard, waarbij het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het bevoegd gezag besliste over het ontslag en geen schorsing of salarisinhouding verplicht was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel werd afgewezen, omdat de wet ontslag bij onherroepelijke veroordeling toestaat en de regering hoge integriteitseisen mag stellen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat hij niet eerst geschorst was en dat het salaris werd doorbetaald, wat volgens hem vertrouwen op behoud van dienstverband gaf. De Raad oordeelde dat er geen wettelijke verplichting tot schorsing bestaat en dat de ontslagdatum rechtsgeldig is vastgesteld. De salarisbetaling leidde niet tot benadeling of wijziging van de ontslagdatum.
De Raad bevestigde het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het ontslag wordt verworpen en de ontslagbeslissing bevestigd.