ECLI:NL:ORBAACM:2023:60

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
AUA2019H00205
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • W.H. Bel
  • A.H.M. van de Leur
  • A.P. van der Pluijm-Vrede
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling afwijzing bevorderingsverzoek functionaris epidemiologie bij DVG

Appellant werkt sinds 1999 bij de Directie Volksgezondheid (DVG) en is sinds 2004 laboratorium-assistent in schaal 10. Hij is in 2010 overgeplaatst naar de functie van functionaris epidemiologie met behoud van schaal 10. Appellant verzocht in 2013 en 2016 om bevordering naar schaal 11, mede omdat hij als waarnemend afdelingshoofd had gefunctioneerd.

De directeur van DVG en het Departamento Recurso Humano (DRH) adviseerden negatief over het bevorderingsverzoek, stellende dat appellant de maximale waardering van schaal 10 had bereikt. Op basis hiervan werd het verzoek in 2018 afgewezen. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, stellende dat de functie maximaal in schaal 10 is gewaardeerd volgens het Functie Inventarisatie Formulier (FIF) van 2016 en de waardering van 2018.

In hoger beroep betoogde appellant dat de functiewaardering niet bindend is omdat deze niet is goedgekeurd door meerdere overheidsinstanties en dat het FIF niet aan de eisen voldoet. De gouverneur stelde dat bij DVG geen goedgekeurd functiehuis bestaat en dat het FIF als basis is gebruikt voor de waardering.

De Raad oordeelt dat het ontbreken van een goedgekeurd functiehuis niet betekent dat de functie van appellant automatisch in schaal 11 moet worden gewaardeerd. Het FIF van 2016, ondertekend door appellant en zijn chef, vermeldt schaal 10 en beschrijft de functie-inhoud. De Raad laat het beroep op het vertrouwensbeginsel buiten beschouwing omdat dit te laat is ingebracht.

Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het bevorderingsverzoek bevestigd.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 15 november 2023
Zaaknummers: AUA2019H00205

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
VAN ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

[Appellant],

wonend in Aruba,
appellant (hierna: [appellant]),
gemachtigde: mr. R.P. Lee,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
2 september 2019, AUA201802050 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
[appellant]
en

de Gouverneur van Aruba,

geïntimeerde (hierna: de gouverneur),
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.

Procesverloop

[Appellant] heeft hoger beroep ingesteld.
De gouverneur heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend
De Raad heeft de zaak op de zitting van 25 oktober 2023 behandeld. [appellant] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. [
[Appellant] werkt vanaf 19 april 1999 bij de Directie
Volksgezondheid (DVG), afdeling Landslaboratorium. Met ingang van 1 mei 2004 is [appellant] bevorderd tot laboratorium-assistent, schaal 10. Bij landsbesluit van 18 oktober 2012 is [appellant] met ingang van 12 april 2010 overgeplaatst naar de afdeling Epidemiologie en Onderzoek, met behoud van zijn salaris in de rang van hoofdcommies (schaal 10), in de functie van functionaris epidemiologie.
1.2.
Op 29 augustus 2013, herhaald op 9 juni 2016, heeft [appellant] verzocht om
bevorderd te worden naar de rang van hoofdcommies 1ste klasse, schaal 11. Bij dit verzoek heeft hij vermeld dat hij op 1 juni 2012 al meer dan twee jaar is ingeschaald in de rang van hoofdcommies en dat hij van 2010 tot 2015 als waarnemend hoofd van de afdeling Epidemiologie van DVG heeft gefunctioneerd.
1.3.
De directeur DVG heeft op 30 januari 2018 negatief geadviseerd over het
bevorderingsverzoek van [appellant] omdat hij de maximale waardering van zijn functie, schaal 10, heeft bereikt. Het Departamento Recurso Humano (DRH) heeft op 21 april 2018 met dezelfde onderbouwing een negatief advies uitgebracht over het bevorderingsverzoek van [appellant].
1.4.
In vervolg op de onder 1.3 genoemde negatieve adviezen is bij beschikking van 11 juni 2018 (bestreden beschikking) het bevorderingsverzoek van [appellant] afgewezen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar van [appellant]
tegen de bestreden beschikking ongegrond verklaard. Volgens het Gerecht volgt uit het “Functie Inventarisatie Formulier”(FIF) van 8 december 2016 en uit de “Waardering Functieniveau” van 28 juli 2018 dat [appellant] de functie van functionaris epidemiologie vervult, dat hij dat ook deed op het moment van zijn verzoek om bevordering, en dat die functie maximaal is gewaardeerd op schaal 10. De stellingen van [appellant] dat hij gedurende vijf jaar de functie van waarnemend afdelingshoofd heeft vervuld en dat hem bij zijn overplaatsing in 2010 is voorgehouden dat hij een schaal 11 functie vervulde, volgt het Gerecht niet.
3. [ [Appellant] heeft in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd
dat de afwijzing van zijn bevorderingsverzoek niet gebaseerd kan worden op de functiewaardering van 28 juli 2018 van DRH en de FIF van 8 december 2016. De functiewaardering is pas na de bestreden beschikking tot stand gekomen en bovendien niet bindend. Een algemeen verbindend voorschrift, zoals een functiewaardering, moet worden goedgekeurd door meerdere overheidsinstanties, waarvan hier geen sprake is. Het FIF van 8 december 2016 voldoet evenmin aan de eisen die aan een functiewaardering kunnen worden gesteld.
3.1.
De gouverneur heeft in verweer naar voren gebracht dat bij DVG geen goedgekeurd en vastgesteld functiehuis bestaat. Om die reden heeft DRH aan de hand van het FIF van 8 december 2016 vastgesteld dat de functie van [appellant] maximaal is gewaardeerd op schaal 10. Dit is overgenomen in het advies van de directeur DVG van 30 januari 2018.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Het ontbreken van een goedgekeurde en vastgestelde waardering van de functies bij DVG betekent niet dat de functie van [appellant] gewaardeerd moet worden in schaal 11. De Raad ziet niet in waarom het FIF van 8 december 2016 niet aan de bestreden beschikking ten grondslag kan worden gelegd. In dit FIF is schaal 10 als salarisschaal van de functie van [appellant] vermeld. Verder vermeldt dit FIF wat de aard is van deze functie, uit welke duurzame onderdelen deze functie bestaat en in welke omvang. Het FIF is ondertekend door de directe chef van [appellant], door [appellant] zelf en bevat een stempel van het dienst- dan wel afdelingshoofd. Tot slot komt deze salarisschaal overeen met het landsbesluit van 18 oktober 2012 voor zover daarin is vermeld dat [appellant] bij de overplaatsing naar de functie van functionaris epidemiologie zijn bezoldiging (schaal 10) behoudt.
4.2.
Ter zitting heeft [appellant] een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel omdat hem bij zijn overplaatsing in 2010 is toegezegd dat hij een functie op het niveau van schaal 11 zou gaan vervullen. De Raad laat deze grond buiten bespreking omdat deze in strijd met de goede procesorde pas ter zitting en daarmee te laat is aangevoerd.
4.3.
De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Raad van Beroep
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. A.H.M. van de Leur en mr. A.P. van der Pluijm-Vrede, leden, en uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023 in aanwezigheid van de griffier.