Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
11 januari 2021, nr. GAZA AUA202003022 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, voormalig medewerker van de Dienst Gevangeniswezen Aruba, kreeg eervol ontslag verleend met ingang van 17 maart 2017 op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder h, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht. Het Landsbesluit werd pas op 26 augustus 2020 aan appellant uitgereikt. Op 27 november 2020 maakte appellant bezwaar tegen het ontslagbesluit, maar het Gerecht verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellant voerde aan dat het te late bezwaar niet aan hem te wijten was omdat het besluit pas na twee jaar werd uitgereikt en dat zijn juridisch adviseur het bezwaarschrift nog moest opstellen. De Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden geen verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding opleveren. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van het Gerecht en wees de grieven van appellant af.
De Raad bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 12 oktober 2022.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het eervol ontslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.