Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[Appellant]
30 juli 2021, CUR202001592 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, die in 1996 begon als aspirant agent en pas in 2001 zijn politiediploma behaalde, verzocht om toekenning van twee loontreden met terugwerkende kracht tot 1 december 2008 en bevordering tot senior medewerker vanaf 1 januari 2013. Hij stelde zich gelijk aan collega’s die met dispensatie voor niet-gehaalde vakken vóór 2000 tot agent waren benoemd.
De Regering wees dit verzoek af omdat appellant niet tot dezelfde groep behoort als deze collega’s, die door compensatie in hun rechtspositie waren rechtgetrokken. Het Gerecht in Ambtenarenzaken bevestigde dit oordeel en verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde de Raad deze beslissing. De Raad oordeelde dat appellant niet in gelijke gevallen verkeert met collega’s die dispensatie kregen en met terugwerkende kracht tot agent werden benoemd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daarom niet. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om loontreden en bevordering afgewezen.