Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[APPELLANT],
de Gouverneur van Aruba,
Procesverloop
Overwegingen
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, voormalig onderinspecteur bij het Korps Politie Aruba, werd in 2019 aangehouden en ontslagen wegens verduistering en het aannemen van steekpenningen. Na strafrechtelijke veroordelingen en een lopend cassatieberoep, legde verweerder hem in 2020 disciplinair ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim en integriteitsschending.
Het Gerecht in Eerste Aanleg verklaarde het bezwaar van appellant tegen het ontslag ongegrond, onderbouwd met bewijs uit strafrechtelijk onderzoek waaronder tapgesprekken en processen-verbaal. Appellant zou politieportofoons hebben verduisterd en verkocht, wat het vertrouwen in zijn functie ernstig schaadde.
In hoger beroep bracht appellant geen wezenlijk nieuwe gronden naar voren en ontkende de gedragingen. De Raad van Beroep onderschreef het oordeel van het Gerecht en bevestigde het ontslagbesluit. De Raad achtte het ontslag evenredig en passend bij de ernst van het plichtsverzuim en de integriteitsschending.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verweerder werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinair ontslag bevestigd.