Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[APPELLANT],
de Gouverneur van Aruba,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant was werkzaam bij de Dienst Landmeetkunde en Vastgoedregistratie en werd per 1 april 2017 aangesteld als ambtenaar in de rang van technisch opzichter 1ste klasse. Hij verzocht de minister om een gratificatie voor werkzaamheden die hij stelde buiten zijn functie van landmeetkundige opnemer te hebben verricht, namelijk werkzaamheden behorende bij de hogere functie van meetploegleider A.
De minister wees dit verzoek af omdat de werkzaamheden overlapten met zijn functieomschrijving. Het Gerecht in Ambtenarenzaken vernietigde de beschikking omdat deze niet door het bevoegde gezag was gegeven, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat geen sprake was van formeel waarnemen van een hogere functie.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het toekennen van een gratificatie een discretionaire bevoegdheid is en dat de minister redelijkerwijs tot afwijzing kon komen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk extra werkzaamheden verrichtte buiten zijn functiebeschrijving. Het feit dat appellant goed functioneerde, verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het gratificatieverzoek bevestigd.