ECLI:NL:ORBAACM:2022:62

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
16 juni 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
CUR2021H00135
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 RAr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak over ontvankelijkheid bezwaar tegen uitblijven beschikking ambtenaar

Appellante, de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport, maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek om een benoemingsbesluit met salarisschaal. Het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao had dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet binnen een jaar was ingediend.

De Raad van Beroep stelt dat de beslistermijn bij een weigering om te beslissen ontstaat tussen vier maanden en een jaar na het verzoek. Vervolgens geldt een termijn van 30 dagen om bezwaar te maken na het ontstaan van de weigering. Appellante had haar bezwaar binnen deze termijn ingediend, namelijk op 30 oktober 2020, terwijl de weigering was vastgesteld op 15 oktober 2020.

Daarmee was het bezwaar tijdig en had het Gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk mogen verklaren. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak, verklaart het bezwaar ontvankelijk, wijst de zaak terug naar het Gerecht voor verdere behandeling en veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten van appellante.

Uitkomst: Het bezwaar van appellante is ontvankelijk verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.

Uitspraak

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAÇAO

Proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[appellante]

wonende te Curaçao,
appellante,
gemachtigde: mr. D.I. Doornbos, advocaat
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van
1 februari 2021, CUR202004266 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
appellante
en

de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport,

(hierna: de minister),
gemachtigde: mr. J.G. Ricardo

Beslissing

De Raad van Beroep:
  • vernietigtde aangevallen uitspraak;
  • verklaarthet bezwaar ontvankelijk;
  • wijstde zaak
    terugnaar het Gerecht om verder behandeld te worden;
  • veroordeeltde minister tot betaling van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep tot een bedrag van NAf 2.800, -, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Procesverloop

Appellante heeft op 30 oktober 2020 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek van 15 oktober 2019 om een benoemingsbesluit met de overeengekomen salarisschaal. Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad.
De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door R.G. Römer van de Dienst Openbare Scholen (DOS).
Zitting hadden mr. W.H. Bel, als voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. P. Klik als leden.

Overwegingen

Het Gerecht heeft onder verwijzing naar de vaste jurisprudentie terecht overwogen dat bij gebreke van een wettelijke beslistermijn een weigering om te beschikken ontstaat na verloop van een periode die ligt tussen de vier maanden en een jaar na het indienen van een verzoek om een beschikking. Het Gerecht heeft hieraan de conclusie verbonden dat appellante binnen een jaar bezwaar had moeten indienen tegen het uitblijven van de beschikking op haar verzoek. Daarmee heeft het Gerecht niet onderkend dat uit artikel 41, eerste lid, van de RAr volgt dat een bezwaar dat binnen 30 dagen na de beslistermijn is ingediend, ontvankelijk is. Dit betekent in het geval van appellante dat zij vanaf het ontstaan van de weigering om te beschikken, vastgesteld op 15 oktober 2020, tot uiterlijk 14 november 2020 bezwaar kon maken. Het op 30 oktober 2020 ingediende bezwaar was tijdig zodat het Gerecht het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
__________________________ ________________________
mr. W.H. Bel, voorzitter mr. M.F.G. Maes, griffier