ECLI:NL:ORBAACM:2022:59

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
20 mei 2022
Zaaknummer
CUR2020H00318
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid pensioenfonds tot wijziging toetredingsdatum pensioen

Betrokkene verzocht de Regering om zijn toetredingsdatum tot het pensioenfonds te wijzigen van 1 september 1998 naar 12 september 1997. De Regering wees dit verzoek bij besluit van 30 augustus 2017 af en handhaafde deze afwijzing bij besluit van 23 november 2018. Betrokkene stelde bezwaar in tegen deze besluiten. Het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao verklaarde het bezwaar gegrond en verklaarde beide besluiten nietig.

De Regering stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van Beroep. Tijdens de zitting op 25 februari 2022 was de Regering niet vertegenwoordigd, terwijl betrokkene wel verscheen met gemachtigde. De Raad bevestigde het oordeel van het Gerecht dat niet de Regering maar het bestuur van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao bevoegd is om te beslissen over het verzoek tot wijziging van de toetredingsdatum.

De Raad veroordeelde de Regering tot betaling van de proceskosten van betrokkene en gaf aan dat de Regering de besluitvorming door het pensioenfonds met voortvarendheid moet bevorderen. Een afschrift van het proces-verbaal wordt ter informatie aan het pensioenfonds gezonden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de Regering wordt afgewezen en het pensioenfonds is bevoegd om te beslissen over de wijziging van de toetredingsdatum.

Uitspraak

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

VAN CURAÇAO

Proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

de Regering van Curaçao,

hierna: de Regering
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van
28 september 2020, CUR201900014 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:

[Betrokkene]

wonende te Curaçao,
betrokkene,
gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam
en
de Regering,

Beslissing

De Raad van Beroep:
  • bevestigtde aangevallen uitspraak;
  • veroordeeltde Regering tot betaling aan betrokkene van zijn proceskosten in hoger beroep tot een bedrag van NAf 1.400,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2018 heeft de Regering het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 30 augustus 2017 afgewezen. Bij laatstgenoemd besluit heeft de Regering het verzoek van betrokkene afgewezen om zijn toetredingsdatum tot het pensioenfonds te wijzigen van 1 september 1998 naar 12 september 1997.
Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 23 november 2018 gegrond verklaard, dit besluit nietig verklaard, het bezwaar tegen het besluit van 30 augustus 2017 eveneens gegrond verklaard en ook dit besluit nietig verklaard.
De Regering heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad.
Betrokkene heeft een contramemorie ingediend.
De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2022. De Regering heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Zitting hadden mr. W.H. Bel, als voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. P. Klik als leden.

Overwegingen

Zoals het Gerecht terecht heeft overwogen, heeft de Regering het besluit van
30 augustus 2017 onbevoegd genomen. Het bestuur van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao (APC) is bevoegd om op het verzoek van betrokkene te beslissen.
De Raad is van oordeel dat het aan de Regering is om besluitvorming door het bestuur van het APC thans met de nodige voortvarendheid te bevorderen, te meer nu in verband met het hoger beroep van de Regering een bevoegd genomen beslissing tot op heden is uitgebleven. De Raad zal een afschrift van dit proces-verbaal ter informatie toesturen aan het APC.
De Raad heeft, nu het hoger beroep van de Regering niet slaagt, aanleiding gezien om de Regering te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
__________________________ ________________________
mr. W.H. Bel, voorzitter mr. M.F.G. Maes, griffier