Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
20 juli 2020, GAZA AUA201904103 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, werkzaam bij het Departamento di Impuesto (DIMP), verzocht op 27 november 2018 om bevordering naar hogere rangen binnen de ambtenarenschaal. Dit verzoek werd afgewezen vanwege onvoldoende beoordeling van zijn functioneren, mede veroorzaakt door zijn langdurige afwezigheid en disciplinaire maatregelen in eerdere jaren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd aangenomen dat appellant in de relevante periode inactief was en daardoor geen beoordeling kon worden opgemaakt. Appellant stelde in hoger beroep dat de inactiviteit grotendeels te wijten was aan onrechtmatig handelen van de Gouverneur en het management, waaronder onterechte schorsing en ontslagbesluiten die later werden vernietigd.
De Raad van Beroep oordeelde dat de Gouverneur inderdaad een overwegend aandeel had in de inactiviteit van appellant en dat het onredelijk is de gevolgen daarvan voor rekening van appellant te laten. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het bezwaar gegrond en beval de Gouverneur binnen twee maanden een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de bereidheid van appellant om zijn werkzaamheden te hervatten.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Gouverneur tot betaling van de proceskosten van appellant in bezwaar en hoger beroep, ter hoogte van Afl. 2.800,00.
Uitkomst: De Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe beslissing op het bevorderingsverzoek binnen twee maanden.