Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
appellant
de Regering van Curaçao,geïntimeerde,gemachtigde: mr. L.M. Virginia, advocaat.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant was sinds 2004 werkzaam als beleidsmedewerker bij de Directie Buitenlandse Betrekkingen van het ministerie van Algemene Zaken te Curaçao. Geïntimeerde heeft appellant eervol ontslag verleend wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, primair op grond van het ontbreken van voldoende waarborgen dat hij zijn plicht als ambtenaar getrouwelijk zal volbrengen.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken heeft het bezwaar van appellant tegen dit ontslag ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat appellant ernstig plichtsverzuim heeft begaan en niet beschikt over de benodigde eigenschappen en instelling voor zijn functie. De Raad in hoger beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant zich niet heeft gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, onder meer door het stelselmatig weigeren van deelname aan vergaderingen en trainingen, het ondermijnen van het gezag van zijn leidinggevende en het niet tonen van inzetbaarheid. Appellant ontkent deze gedragingen, maar de Raad acht zijn ontkenning niet overtuigend.
Verder is vastgesteld dat appellant alleen het gezag van de minister-president erkent en weigert leiding te accepteren van de secretaris-generaal en de directeur van DBB. Ondanks meerdere gesprekken en verbeterkansen heeft appellant geen verbetering getoond. De Raad ziet daarom geen aanleiding voor een verdere verbeterperiode en bevestigt het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ongeschiktheidsontslag wordt bevestigd.