Uitspraak
RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN
[appellant],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant maakte bezwaar tegen zijn formele plaatsing in het gereorganiseerde Korps Politie Curaçao (GKPC) waarbij hem een takenpakket werd toegewezen op grond van het Convenant Reorganisatie KPC, inclusief de leeftijdsregel voor ambtenaren van 58 jaar en ouder. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het bezwaar terecht is aangemerkt als gericht tegen het Landsbesluit dat de rechtspositie van appellant vaststelt. De Raad constateert dat de Regering als verweerder moet worden aangemerkt in plaats van de Minister, zonder dat dit procesrechtelijke bezwaren oplevert. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de leeftijdsregel redelijk is toegepast.
De Raad stelt vast dat de leeftijdsregel, gericht op stabiliteit bij de reorganisatie, niet onredelijk is en niet in strijd met wettelijke regels. De late aanvang van de plaatsingsprocedure in 2013, na instemming van de ambtenarenbonden, is een gegeven dat niet ten nadele van appellant kan worden uitgelegd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat een collega die een volgfunctie kreeg toegewezen niet daadwerkelijk in die functie is benoemd.
Verder is appellant ingeschaald naar zijn oude functie, waarmee het uitgangspunt van het Convenant dat de reorganisatie niet ten koste mag gaan van de rechtspositie is gerespecteerd. De Raad bevestigt de uitspraak van het Gerecht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.