ECLI:NL:ORBAACM:2020:37

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
20 november 2020
Publicatiedatum
21 mei 2021
Zaaknummer
SXM2019H00052
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen fictieve weigering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Appellant diende op 5 oktober 2018 een bezwaarschrift in tegen de fictieve weigering van geïntimeerde om te beslissen op zijn bezwaarschrift van 13 februari 2018. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.

In hoger beroep voerde appellant aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de minister van Justitie hem had verzekerd dat een nieuw besluit in voorbereiding was met een correcte aanstellingsdatum en inschaling. Tevens stelde appellant dat hij door de orkaan Irma zijn woning en inboedel verloor en vanwege de ziekte van zijn zoon veelvuldig moest reizen, waardoor hij niet tijdig bezwaar kon maken.

De Raad oordeelde dat het wachten op een nieuw besluit voor rekening en risico van appellant kwam en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hij geheel niet in staat was passende maatregelen te treffen om zijn belangen te behartigen binnen de termijn.

Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarmee het bezwaarschrift niet-ontvankelijk bleef.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr)

Uitspraakdatum: 20 november 2020
Zaaknummer: SXM2019H00052

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
Zittingsplaats Sint Maarten

Proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant],

wonend in Sint Maarten,
appellant,
gemachtigde: dhr. L.C.J. Lewis,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten van 15 april 2019, zaaknr. SXM201801290 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
appellant
en

de Gouverneur van Sint Maarten,

geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld.

Beslissing

De Raad
bevestigtde aangevallen uitspraak.

Procesverloop

Appellant heeft op 13 mei 2019 tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad.
Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.
De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2020 waarbij in verband met de COVID-19-maatregelen gebruik is gemaakt van een videoverbinding met het Gerecht in Sint Maarten. De leden van de Raad en de griffier hadden zitting in Curaçao. Appellant was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Zitting hadden W.H. Bel, voorzitter, en L.C. Hoefdraad en J. Sybesma, leden.

Overwegingen

Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant op 5 oktober 2018 ingediende bezwaarschrift tegen de fictieve weigering van geïntimeerde om te beslissen op zijn bezwaarschrift van 13 februari 2018, niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft de bezwaartermijn overschreden en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar wel verschoonbaar is, omdat de minister van Justitie appellant had verzekerd dat een nieuw besluit in de maak was met een correcte aanstellingsdatum en inschaling. Daarnaast stelt appellant dat hij niet tijdig bezwaar kon maken, omdat hij door de orkaan Irma zijn woning met inhoud heeft verloren en hij met zijn zoon voor langere periodes naar Curaçao en Nederland moest reizen voor een behandeling van zijn zieke zoon. Daarnaast had hij het heel druk met het repareren van zijn woning.
De omstandigheid dat appellant heeft gewacht met het indienen van bezwaar omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat geïntimeerde een nieuw besluit zou nemen, komt voor zijn rekening en risico. Ook in de persoonlijke omstandigheden van appellant wordt geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij gedurende de periode waarbinnen appellant bezwaar kon maken in het geheel niet in staat was om passende en toereikende maatregelen te treffen ter behartiging van zijn eigen belangen. Het hoger beroep slaagt daarom niet.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
__________________________ ________________________
P.N.F. Pereira do Tanque, griffier mr. W.H. Bel, voorzitter