ECLI:NL:ORBAACM:2020:18
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J. Sybesma
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag disciplinaire straf wegens mishandeling gedetineerde door ambtenaar
Appellant, werkzaam als [beroep appellant] bij [naam instelling], mishandelde op 13 juni 2014 samen met collega’s een geboeide gedetineerde, wat als ernstig plichtsverzuim werd aangemerkt. Hij werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en kreeg de disciplinaire straf van ontslag opgelegd, die onmiddellijk werd uitgevoerd.
Appellant stelde bezwaar tegen het ontslag, onder meer vanwege zware en onveilige arbeidsomstandigheden en een beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat collega’s met vergelijkbare veroordelingen niet dezelfde disciplinaire straf hadden gekregen. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en niet werd gecompenseerd door de moeilijke werkomstandigheden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de meerderheid van de betrokken collega’s wel was ontslagen en er een procedureel verschil was in de andere zaken.
De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het ontslag als passende sanctie voor het ernstige plichtsverzuim.
Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim door mishandeling.