Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, een politieambtenaar, werd bij de reorganisatie van het Korps Politie Curaçao (KPC) overgeplaatst naar het Gereorganiseerde KPC (GKPC). Hij werd geplaatst in een functie die niet als volgfunctie kwalificeerde, maar wel passend was volgens het Convenant Reorganisatie KPC. Appellant betwistte dit en vorderde een hogere functie op grond van feitelijke uitvoering van hogere taken.
De Raad overwoog dat het Convenant het principe hanteert dat de rechtspositie zoals vastgelegd in het aanstellingsbesluit leidend is voor plaatsing. Feitelijke taken die afwijken van de oude functie, ook indien langdurig uitgevoerd, rechtvaardigen geen hogere indeling. De functie waarin appellant geplaatst werd, was van gelijk niveau en kon als passend worden aangemerkt.
Het vertrouwensbeginsel bood geen grond voor een andere beoordeling, omdat geen concrete toezeggingen voor een hogere functie waren gedaan. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het oordeel van het Gerecht dat het bezwaar ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de plaatsing in de passende functie bevestigd.