Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
de Regering van het Land Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante was sinds 2010 werkzaam als Adviseur/Consulent D en verzocht met terugwerkende kracht benoemd te worden in een hogere functie (schaal 12). Haar verzoeken werden door verweerder afgewezen en ook de ambtenarenrechter verklaarde haar bezwaar ongegrond.
In hoger beroep kon appellante niet aannemelijk maken dat zij door of namens verweerder de opdracht had gekregen een andere functie te vervullen dan waarvoor zij was aangesteld. Het enkel verrichten van dezelfde werkzaamheden als twee collega’s die wel in die functie waren benoemd, was onvoldoende bewijs, mede omdat die collega’s op grond van specifieke procedures en het Sociaal Statuut boven formatie waren geplaatst.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellante arbeidscontractant was en daardoor niet dezelfde rechten had als haar collega’s. De Raad oordeelde dat geïntimeerde niet gehouden was appellante zonder openstelling van een vacature in de functie te benoemen.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende benoeming wordt bevestigd.