Uitspraak
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)
RAAD VAN BEROEP
[Appellante],
de Minister van Onderwijs en Gezin (de Minister),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante was in vaste dienst als leerkracht in het openbaar onderwijs. Zij werd onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 416 dagen wegens medeplegen van witwassen. De strafrechter nam mee dat zij, ondanks kennis van de illegale activiteiten van haar partner, op diens verzoek doorging met het witwassen en het bijhouden van administratie.
Op grond van deze veroordeling legde de werkgever, geïntimeerde, haar een disciplinaire straf van ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van het Gerecht en oordeelt dat het strafontslag niet onevenredig is, mede gezien de functie van leerkracht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat andere leerkrachten die niet tot gevangenisstraf zijn veroordeeld, niet in gelijke gevallen zijn. Ook financiële omstandigheden van appellante kunnen niet als verzachtende factor worden aangemerkt.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het strafontslag wordt bevestigd.