Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[…]
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de aangevallen uitspraak; en
- verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, gepensioneerd ambtenaar en voormalig Directeur van het kabinet van de Gevolmachtigd Minister, verzocht herhaaldelijk om bezoldiging naar schaal 17 met terugwerkende kracht tot 30 september 1993. De rechtsvoorganger van geïntimeerde heeft op deze verzoeken niet beschikt, waardoor sprake was van fictieve weigering.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar van appellant tegen deze fictieve weigering ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend, na het verstrijken van de termijn zoals bepaald in artikel 42, tweede lid, van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951.
De Raad benadrukte dat latere verzoeken niet kunnen leiden tot nieuwe fictieve weigeringen waartegen opnieuw bezwaar kan worden gemaakt. Hoewel geïntimeerde nog steeds verplicht is om een beschikking te nemen, kan dit niet meer in rechte worden afgedwongen. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.