Appellant verzocht om benoeming tot Ploegleider Beveiliging en bezoldiging naar schaal 8, maar dit verzoek werd door geïntimeerde afgewezen. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van Beroep.
De Raad oordeelt ambtshalve dat niet geïntimeerde, maar de Regering van Curaçao bevoegd was om te beslissen over het verzoek, waardoor de afwijzing onbevoegd is gegeven. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van het Gerecht en verklaart het bezwaar gegrond.
De Raad stelt vast dat volgens de afwijkende carrièrelijn na drie jaar in de tussenfunctie van Wachtcommandant Beveiliging benoeming tot Ploegleider Beveiliging moet volgen, met bezoldiging naar schaal 8 uiterlijk na zes jaar. Appellant, die sinds 1 april 2008 in de tussenfunctie werkt, had per 1 april 2011 benoemd moeten worden en uiterlijk per 1 april 2014 schaal 8 moeten ontvangen.
Verder wordt het beroep op het gelijkheidsbeginsel gehonoreerd, omdat vijf collega’s na drie jaar bevorderd zijn, terwijl appellant onterecht langer moest wachten. De Raad beveelt dat de Regering binnen twee maanden opnieuw beslist met inachtneming van deze overwegingen en veroordeelt het land Curaçao tot betaling van proceskosten aan appellant.