ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5941
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergunning tijdelijk verblijf wegens onvoldoende motivering en geen recht op gezinsleven
De vreemdeling had eerder vergunningen tot tijdelijk verblijf gehad, laatstelijk geldig tot november 2004. Na een aanvraag in december 2004 en een nieuwe aanvraag in juli 2007, werd laatstgenoemde afgewezen door de minister van Justitie. Het Gerecht in eerste aanleg vernietigde de beschikking wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de minister alsnog een motivering gaf.
De vreemdeling stelde dat hij sinds 2004 rechtmatig verbleef vanwege eerdere vergunningen en dat de afwijzing van zijn aanvraag een onrechtmatige inmenging in zijn gezinsleven vormde, aangezien zijn echtgenote en minderjarige kinderen Nederlandse nationaliteit hebben en hier verblijven.
Het Hof oordeelde dat de vreemdeling ten tijde van de beschikking geen rechtmatig verblijf had en dat hem geen verblijfsvergunning werd ontnomen die hem toegang tot het gezinsleven hier bood. Ook was er geen bijzondere situatie die een positieve verplichting tot verlening van een vergunning rechtvaardigde, mede gelet op eerdere veroordelingen en het ontbreken van objectieve belemmeringen voor het gezinsleven in het land van herkomst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot vergunning tot tijdelijk verblijf wordt bevestigd.