ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5182
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep werknemer tegen afwijzing hogere schadevergoeding wegens ontbreken verblijfsvergunning
Een werknemer trad in september 2007 in dienst bij Divi St Maarten Holdings N.V. als Assistant General Manager met een maandsalaris van $4.166,66. Zij beschikte over een tijdelijke verblijfsvergunning geldig tot april 2008, waarvan geen verlenging is gebleken. Divi verzocht in juli 2009 toestemming tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, welke toestemming werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd vervolgens per 4 september 2009 opgezegd met betaling van salaris tot die datum inclusief een vergoeding in plaats van opzegtermijn.
De werknemer stelde in hoger beroep dat de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk was beëindigd en dat zij recht had op een hogere schadevergoeding, waaronder salaris tot maart 2010, vakantiedagen en cessantia. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning een omstandigheid is die aan de werknemer valt toe te rekenen, omdat alleen zij de verlenging kan aanvragen en tijdig kan zorgen voor geldige documenten. De opgegeven reden voor ontslag was dus gegrond en niet onredelijk.
Het hof verwierp alle grieven van de werknemer, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees toe dat de cessantia-uitkering niet verschuldigd was. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag en wijst de vorderingen tot hogere schadevergoeding en cessantia af.