ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN4469

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
4 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HAR 112/2010
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoeker, gedetineerd op Curaçao, diende een verzoek in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba om voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Het verzoek werd behandeld in raadkamerzittingen op 27 juli en 3 augustus 2010, waarbij zowel de procureur-generaal als verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.

Het Hof oordeelde dat hoewel het verzoek betrekking heeft op vrijheidsbeneming en daarmee een spoedeisend belang heeft, het Wetboek van Strafvordering geen regeling bevat om in de executiefase een dergelijk verzoek te behandelen. Verzoeker kon daarom op grond van artikel 43 lid 1 Sv Pro worden ontvangen.

Uit de dossierstukken bleek dat verzoeker voorwaardelijke invrijheidstelling kan krijgen vanaf 3 november 2011. Verzoeker baseerde zijn verzoek echter ook op kortingen zoals resocialisatie- en werkstrafkorting, die alleen in een apart gratietraject aan de orde kunnen komen. Beslissingen in dat gratietraject kunnen niet in een strafvorderlijk kort geding worden behandeld. Daarom verklaarde het Hof verzoeker niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling.

Uitspraak

Datum beschikking: 4 augustus 2010
Nummer: HAR 112/2010
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Beschikking op het verzoek ex art. 43 Sv Pro van:
[Verzoeker] (hierna verzoeker),
thans gedetineerd op Curaçao,
gemachtigde: mr. J.J. Oedjaghir.
1. Het procesverloop
Bij op 19 juli 2010 ter griffie van het Hof ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker het Hof verzocht om het Land de Nederlandse Antillen en/of de Minister van Justitie van het Land en/of het Openbaar Ministerie, meer speciaal de directeur van de gevangenis Bon Futuro op te dragen verzoeker binnen 2 x 24 uur alsnog voorwaardelijk in vrijheid te stellen (hierna VI) dan wel een beslissing te willen nemen op grond van redelijkheid en billijkheid op straffe van een dwangsom van NAF. 5.000,- voor elke dag dat verweerders dit nalaten, met een maximum van NAF. 100.000,-.
Het verzoek op Curaçao in raadkamer behandeld op 27 juli 2010 en 3 augustus 2010. Verschenen en gehoord zijn telkens de (fgd.) procureur-generaal mr. A.C. van der Schans, die stukken heeft overgelegd, verzoeker en zijn gemachtigde. Beschikking is aangezegd en bepaald op heden.
2. De beoordeling
2.1 Het verzoek heeft betrekking op (de modaliteiten van) vrijheidsbeneming door de overheid, zodat sprake is van een spoedeisend belang. Het Wetboek van Strafvordering bevat geen regeling die het mogelijk maakt in de executiefase VI-problematiek als de onderhavige aan te orde te stellen. Verzoeker kan wat dat betreft daarom op de voet van art. 43 lid 1 Sv Pro thans worden ontvangen.
2.2 Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken dient ervan te worden uitgegaan dat verzoeker voor VI in aanmerking kan komen met ingang van 3 november 2011, zodat hij, voor zover hij zijn verzoek tot VI heeft gebaseerd op feiten en/of rechten exclusief resocialisatiekorting en/of werkstrafkorting, in dat verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2.3 Voor zover verzoeker stelt dat bij de berekening van zijn VI-datum ten onrechte geen rekening wordt gehouden met resocialisatiekorting en/of werkstrafkorting, kan hij in die stelling niet worden ontvangen omdat deze kortingen slechts in een afzonderlijk gratietraject aan de orde komen terwijl beslissingen in een gratietraject niet in een strafvorderlijk kort geding aan de orde gesteld kunnen worden. Ook wat dat betreft dient hij dus niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. De beslissing
Het Hof:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, H.A.C. Smid en M.T. Paulides, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken op Curaçao op 4 augustus 2010 in tegenwoordigheid van de griffier, zijnde mr. Van Veen buiten staat deze beschikking te ondertekenen.