ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM5567
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- E.M. van der Bunt
- M. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel en ontnemingsmaatregel wegens witwassen
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft in hoger beroep het bedrag vastgesteld waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. De veroordeelde was veroordeeld voor het opzettelijk witwassen van geld tussen 2001 en 2005 via meerdere moneytransfers.
Het Hof nam kennis van de vorderingen van het Openbaar Ministerie en de verweren van de veroordeelde. Uit bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen en verklaringen, bleek dat de veroordeelde in totaal aanzienlijke bedragen vanuit Nederland naar Curaçao had verzonden en ontvangen. Een deel van het geld was gebruikt voor de bouw van zijn woning, waarbij een derde als getuige verklaarde.
Het Hof berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op NAF 31.085,81 plus €11.117,61 uit baten van bewezen en soortgelijke feiten. Het Hof verwierp het verweer dat het geld niet uit misdrijf afkomstig was, omdat dit reeds bewezen was verklaard. Het Hof legde de veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan het Land, met vervangende hechtenis van 180 dagen bij niet-betaling. Het vonnis van het gerecht in eerste aanleg werd vernietigd.
Uitkomst: Het Hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op ruim 42.000 euro en legt ontnemingsmaatregel met vervangende hechtenis van 180 dagen bij niet-betaling op.