ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM2143
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep kort geding
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- H. de Doelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over verbeurde dwangsommen wegens niet-verwijderen aanbouw en verboden commerciële activiteiten
In deze Arubaanse zaak stond centraal de vraag of dwangsommen waren verbeurd wegens het niet naleven van een vonnis dat appellanten verplichtte een aanbouw/luifel te verwijderen en commerciële activiteiten te staken. Het Hof heeft vastgesteld dat hoewel delen van de aanbouw waren verwijderd, de ondersteunende constructie en het ijzeren geraamte nog aanwezig waren, waardoor niet aan het volledige verwijderingsgebod was voldaan.
Daarnaast werd vastgesteld dat commerciële activiteiten, zoals een wasserette en opslag, nog deels voortbestonden, ondanks het verbod. Het Hof oordeelde dat het doel en de strekking van het kettingbeding – een bebouwingsvrije strook van twee meter vanaf de muur – hierdoor niet waren gerealiseerd. Het beroep op matiging van de dwangsommen werd verworpen omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gesteld.
Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard, maar de grieven van appellanten werden niet gegrond bevonden. Het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg en veroordeelde appellanten tot betaling van de proceskosten. Hiermee werd de verbeurde dwangsom gehandhaafd en het vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en oordeelt dat dwangsommen zijn verbeurd wegens niet-naleving van het verwijderingsgebod.