ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL9115
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vonnis over bewijs van verkoop en verkavelingsmogelijkheden percelen te Sint Maarten
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of Krebbers en [H.W.] konden bewijzen dat perceel C voor 17 juni 1997 was verkocht en dat zij het Eilandgebied hadden geïnformeerd over de onmogelijkheid om percelen B, C en D te vergroten tot minimaal 700 m2. Het Hof achtte bewezen dat perceel C voor genoemde datum was verkocht, onderbouwd met koopovereenkomsten, transportakten en kaarten die niet door het Eilandgebied werden betwist.
Het tweede bewijsstuk, dat Krebbers en [H.W.] een toelichting hadden gegeven aan het hoofd van de Eilandsdienst VROM over de onmogelijkheid van vergroting van de percelen, kon echter niet overtuigend worden vastgesteld. Getuigenverklaringen van Krebbers en [H.W.] stonden lijnrecht tegenover die van het Eilandgebied. Correspondentie en brieven gaven geen sluitend bewijs dat het Eilandgebied deze onmogelijkheid had afgeleid of had kunnen afleiden.
Het Hof stelde vast dat het risico van onvoldoende bewijs rustte op Krebbers en [H.W.], conform art. 129 Rv Pro. Gezien het ontbreken van voldoende zekerheid vernietigde het Hof het bestreden vonnis en wees de vordering af. Tevens werden Krebbers en [H.W.] veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep. Het incidenteel appel werd ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs bij bestuursrechtelijke procedures omtrent grondverkaveling en de strikte toetsing van bewijsopdrachten door het Hof.
Uitkomst: Het Hof vernietigde het bestreden vonnis en wees de vordering van Krebbers en [H.W.] af wegens onvoldoende bewijs.