ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3885
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongelijk behandelen vakbondsleden en niet-leden in collectieve arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of werknemers die wel of niet lid zijn van een vakbond ongelijk mogen worden behandeld in het kader van een collectieve arbeidsovereenkomst. De werknemers betogen dat bevoordeling van vakbondsleden strijdig is met het rechtsbeginsel van gelijke beloning voor gelijke arbeid. Het Hof stelt dat de wet ongelijk behandelen niet verbiedt en dat een redelijke en objectieve rechtvaardiging vereist is.
Het Hof bespreekt het toetsingskader van artikel 26 IVBPR Pro en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarbij onderscheid op basis van vakbondslidmaatschap niet bij voorbaat verdacht is. De voordelen voor vakbondsleden worden gezien als erkenning van het georganiseerd overleg en het tegengaan van free riders. Het Hof acht de verschillen in beloning in recente jaren echter te hoog en roept partijen op hierover nader te pleiten.
Daarnaast is er een verzoek van stafleden om inzicht in het inschalingssysteem. Het Hof wijst dit verzoek af omdat het bedrijf in reorganisatie verkeert en het systeem nog niet uitgekristalliseerd is, maar benadrukt dat het kaderpersoneel niet onbeperkt aan het lijntje kan worden gehouden.
De zaak wordt aangehouden voor voortzetting van de mondelinge behandeling en de vakbond wordt als belanghebbende opgeroepen om schriftelijk te reageren.
Uitkomst: Het Hof houdt de beslissing aan en bepaalt een voortzetting van de mondelinge behandeling, waarbij de vakbond als belanghebbende wordt opgeroepen.