ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK0011

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
22 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AR 1436/03 – H. 365/04
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:21 BW ArubaArt. 1:17 lid 2 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring huwelijk wegens geestelijke stoornis bij huwelijkssluiting

In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba bij tussenvonnis vastgesteld dat de man ten tijde van het huwelijk een zodanige geestelijke stoornis had dat hij zijn wil niet kon bepalen of de betekenis van zijn verklaring niet kon begrijpen.

De vrouw kreeg de gelegenheid om tegenbewijs te leveren door getuigen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Haar schriftelijke opmerkingen waren onvoldoende om het door de man geleverde bewijs te ontzenuwen.

Op grond hiervan vernietigt het hof het eerdere vonnis en verklaart het huwelijk, gesloten op 14 november 2000 in Jamaica, nietig. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Het vonnis is uitgesproken op 22 september 2009 te Aruba door het hof bestaande uit drie rechters, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het huwelijk wordt nietig verklaard wegens geestelijke stoornis van de man bij huwelijkssluiting.

Uitspraak

Registratienrs. AR 1436/03 – H. 365/04
Uitspraak: 22 september 2009
VONNIS GEWEZEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
In de zaak van:
[man],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk eiser, thans appellant,
gemachtigde: mr. M.M. Malmberg,
tegen
[vrouw],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,
thans procederend in persoon,
andere belanghebbende:
[curator],
curator over appellant, benoemd bij beschikking van het GEA van 4 juli 2002, EJ 197/01.
Partijen worden hierna wederom aangeduid met de man en de vrouw.
1. Verder verloop van de procedure
1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 21 juni 2005, 22 november 2005, 19 december 2006, 17 februari 2009 en 19 mei 2009.
1.2. De vrouw heeft bij brief, ingekomen ter griffie van het GEA op 14 augustus 2009, medegedeeld niet te kunnen voldoen aan de haar opgedragen bewijslevering en het Hof gevraagd uitspraak te doen.
1.3. Uitspraak is bepaald op heden.
2. Verdere beoordeling
2.1. Bij het tussenvonnis van 17 februari 2009 heeft het Hof geoordeeld dat er voldoende sterke aanwijzingen zijn voor het bestaan van een zodanige storing van de geestvermogens van de man ten tijde van de huwelijksluiting dat hij niet in staat moet worden geacht zijn wil te hebben bepaald of de betekenis van zijn verklaring te hebben begrepen. De vrouw heeft niet gebruik gemaakt van de haar bij dit tussenvonnis geboden gelegenheid tegenbewijs door getuigen te leveren. Hetgeen door haar is opgemerkt in haar brief van 14 augustus 2009 is onvoldoende ter ontzenuwing van het vooralsnog door de man geleverde bewijs.
2.2. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en dat de inleidende vordering van de man tot nietigverklaring van het huwelijk moet worden toegewezen.
2.3. Gelet op de hoedanigheid van partijen en de aard van het geschil worden de kosten van deze procedure in beide instanties gecompenseerd.
3. Beslissing
Het Hof:
- vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:
- verklaart het tussen partijen op 14 november 2000 in Jamaica gesloten huwelijk nietig;
- draagt de griffier op dit vonnis te doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba ter inschrijving ingevolge artikel 1:21 Burgerlijk Pro Wetboek van Aruba van deze uitspraak in het in artikel 1:17 lid 2 van Pro dat wetboek bedoelde register van de burgerlijke stand;
- compenseert de kosten van deze procedure in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Hoefdraad, President, en mrs. J. de Boer en J.R. Sijmonsma, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Aruba van 22 september 2009 in aanwezigheid van de griffier.