ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ7651
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op NAF 61.750,72 in hoger beroep
In deze zaak vordert het Openbaar Ministerie ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, die eerder onherroepelijk is veroordeeld voor medeplegen van drugshandel en witwassen. Het Gerecht in eerste aanleg had het bedrag vastgesteld op NAF 110.987,90, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en komt tot een lagere vaststelling.
Het Hof baseert zich op het ontnemingsrapport en verklaringen, waaronder die van de veroordeelde zelf, en acht aannemelijk dat het wederrechtelijk verkregen voordeel NAF 61.750,72 bedraagt. Dit bedrag betreft onder meer overmakingen vanuit Nederland, ontvangsten op Curaçao en wisselingen van euro’s in Antilliaanse guldens. Het Hof wijst het voordeel dat de vriendin van de veroordeelde zou hebben witgewassen af, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de veroordeelde daarvan heeft geprofiteerd.
De veroordeelde voerde een draagkrachtverweer, stellende dat hij geen geld bezit en onvoldoende draagkracht heeft, maar het Hof passeert dit verweer omdat hij voldoende verdiencapaciteit heeft. Het Hof legt de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan het Land en bepaalt dat bij niet-betaling vervangende hechtenis van elf maanden zal volgen.
De uitspraak is gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 10 september 2009 en betreft een vordering op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het Hof legt de verplichting op tot betaling van NAF 61.750,72 met vervangende hechtenis van elf maanden bij niet-betaling.