ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI6970
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verlof gedetineerde en niet-ontvankelijkheid civiele procedure
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door het Land Aruba tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg dat de afwijzing van verlof aan een gedetineerde door de Minister van Justitie schorst en verlof toekent. Het Land betoogt dat de gedetineerde niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat hij een verzoek ex artikel 43 Sv Pro had moeten indienen in plaats van een civiele procedure te starten.
Het Hof stelt dat volgens vaste jurisprudentie de civiele rechter een eiser niet-ontvankelijk moet verklaren indien een andere rechtsgang met voldoende waarborgen openstaat. Het Hof wijst op een eerdere beschikking waarin is teruggekomen op het oordeel dat de strafvorderlijke kort geding-rechter niet bevoegd is in deze fase. Omdat het verzoek van de gedetineerde ziet op toepassing van de verlofregeling in de fase van tenuitvoerlegging van een onherroepelijk strafvonnis, is het passend dat de strafvorderlijke procedure wordt gevolgd.
Daarnaast oordeelt het Hof dat het Land onvoldoende belang heeft bij het hoger beroep, nu de gedetineerde inmiddels voorwaardelijk in vrijheid is gesteld. Partijen krijgen gelegenheid zich gelijktijdig uit te laten over deze voorlopige oordelen, waarna het Hof de beslissing aanhoudt.
Uitkomst: Gedetineerde wordt voorshands niet-ontvankelijk verklaard in zijn civiele vordering tot verlof; beslissing wordt aangehouden.