ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI1693
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster werd op 20 september 2006 aangehouden op verdenking van valsheid in geschrifte en zat in voorlopige hechtenis tot 6 oktober 2006. Zij werd uiteindelijk vrijgesproken door het Gerecht in eerste aanleg en dit vonnis werd bevestigd door het Hof. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep op 10 februari 2009.
Op 4 maart 2009 diende verzoekster een verzoek tot schadevergoeding in wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis, ingediend door haar advocaat na het einde van de strafzaak. Tijdens de raadkamerzitting van 31 maart 2009 werd het verzoek behandeld, waarbij de procureur-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid.
Het Hof oordeelde dat een verzoek ex artikel 178 Wetboek Pro van Strafvordering alleen door de gewezen verdachte zelf of diens erfgenamen kan worden ingediend en dat vertegenwoordiging door een advocaat die niet meer als raadsman optreedt niet is toegestaan. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door de gewezen verdachte zelf is ingediend.