ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH7064
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- De Haan
- De Boer
- Wattel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf wegens ernstig zedenmisdrijf op minderjarige
In deze zaak stond verdachte terecht voor twee feiten van zedendelict tegen minderjarigen. Feit 1 betrof ontuchtige handelingen met zijn stiefkind, waarvoor hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit opleverde. Feit 2 betrof het seksueel binnendringen van een zevenjarig meisje, waarbij verdachte zijn penis in de anus en vinger in de vagina van het slachtoffer stak, en daarnaast zijn penis tegen de vagina en billen wreef.
Het Hof baseerde zijn oordeel op de verklaringen van het slachtoffer en verdachte, waarbij het verweer van verdachte dat hij niet in de anus had binnengedrongen werd verworpen. De plaats van het misdrijf was de slaapkamer die het slachtoffer deelde met haar moeder en verdachte, wat de ernst van het delict vergroot.
Psychiatrische en psychologische rapporten wezen op manipulatief gedrag en narcistische trekken van verdachte, met een gerechtvaardigde vrees voor herhaling. Het Hof vond de eerder opgelegde straf van 24 maanden onvoldoende en legde een gevangenisstraf van drie jaar op, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het eerste feit, terwijl hij werd veroordeeld voor het tweede feit. De straf weerspiegelt de ernst van het delict en de bescherming van het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor ernstig zedenmisdrijf op een zevenjarig meisje.