ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0575
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep kort geding
- L.C. Hoefdraad
- J. de Boer
- W.P. Scheltema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onderzoek en blokkering rekening door Bank van de Nederlandse Antillen na intrekking bankvergunning FCIB
De First Curaçao International Bank N.V. (FCIB) verloor op 9 oktober 2006 haar bankvergunning waarna de Bank van de Nederlandse Antillen (BNA) de afwikkeling van haar zaken overnam. Er waren aanwijzingen dat FCIB en enkele rekeninghouders betrokken waren bij MTIC-fraude en witwassen. Daarom stelde BNA regels op waarbij rekeninghouders uit risicogroepen verklaringen van registeraccountants moesten overleggen om de legitimiteit van hun bedrijfsactiviteiten te bevestigen.
IdealFX Limited, een rekeninghouder, werd ingedeeld in risicogroepen en haar rekening werd geblokkeerd omdat BNA nog onderzoek deed. Ideal betoogde dat zij niet tot die groepen behoorde en dat de blokkering onaanvaardbaar was gezien de verstreken tijd. Het hof stelde vast dat BNA bevoegd was om uitkeringen op te schorten zolang onzekerheid bestond over de herkomst van gelden.
Het hof vond dat BNA in redelijkheid nader onderzoek mocht verlangen, mede gelet op een brief van de Britse belastingdienst HMRC waarin werd gewezen op het risico dat gelden van Ideal afkomstig waren uit criminele activiteiten. Hoewel Ideal twijfels uitte over de objectiviteit van die mededelingen, deelde het hof die twijfel niet.
Het hof verlangde nadere informatie van BNA over de aard, omvang en voortgang van het onderzoek en stelde een rolzitting vast om deze informatie te verkrijgen. De beslissing werd aangehouden om BNA de gelegenheid te geven te reageren, met de bepaling dat op die zitting geen uitstel zal worden verleend.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat BNA terecht nader onderzoek mag verlangen en de rekeningblokkering niet onrechtmatig is, en houdt de beslissing aan voor nadere informatie.