ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1493
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar vergunning verblijf vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, die het beroep van de werkgever tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor een vreemdeling ongegrond verklaarde.
De minister van Vreemdelingenzaken had de aanvraag van de werkgever om een verblijfsvergunning voor de vreemdeling te verlenen afgewezen en het bezwaar van de werkgever ongegrond verklaard. Het Gerecht had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard, maar het Hof stelt vast dat de werkgever geen rechtstreeks belanghebbende is bij de beschikking tot weigering van de verblijfsvergunning.
Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) kan alleen degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen bezwaar maken. Het Hof vernietigt daarom de uitspraak van het Gerecht en verklaart het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk. Het Hof wijst tevens de minister aan om de proceskosten van de werkgever deels te vergoeden en gelast het land Aruba het betaalde griffierecht terug te geven.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de minister vernietigd.