ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1289
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling
De werkgever heeft een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd voor een vreemdeling, welke door de minister van Vreemdelingenzaken is afgewezen. Zowel de werkgever als de vreemdeling gingen in beroep tegen deze afwijzing. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk en dat van de vreemdeling eveneens niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een bezwaarprocedure.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de werkgever geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) en dat het Gerecht ten onrechte het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat deze geen bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking.
Het hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht voor zover het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaart dit beroep gegrond. De beschikking van de minister wordt vernietigd. Tevens veroordeelt het hof de minister tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht aan de werkgever.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt gegrond verklaard en de beschikking tot afwijzing van de vergunning wordt vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.