ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1253
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling afgewezen wegens ontbreken belanghebbende
De werkgever heeft een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd voor een vreemdeling, welke door de minister van Vreemdelingenzaken is afgewezen. Zowel de werkgever als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze afwijzing. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende was volgens artikel 9, eerste lid van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Ook de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen de beschikking.
Het Hof overweegt dat alleen de vreemdeling als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een beschikking tot verlening of weigering van een verblijfsvergunning. De werkgever had uit eigen hoofde bezwaar gemaakt en was daarom niet ontvankelijk. Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van bezwaar.
Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht voor zover het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaart dit beroep alsnog gegrond. De beschikking van 19 oktober 2007 wordt vernietigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht aan de werkgever. De uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde beschikking.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt gegrond verklaard en de ministeriële beschikking vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bezwaar.