ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH0263
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werkgever in bezwaar tegen afwijzing tijdelijke verblijfsvergunning vreemdeling
De minister van Vreemdelingenzaken wees een aanvraag van de werkgever voor een tijdelijke verblijfsvergunning voor een vreemdeling af. De werkgever maakte uit eigen hoofde bezwaar tegen deze afwijzing, zonder namens de vreemdeling op te treden. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de werkgever gegrond en bepaalde dat de minister het bezwaar opnieuw moest behandelen.
Het Hof stelde vast dat volgens artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) alleen degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een beschikking bezwaar kan maken. De werkgever was geen belanghebbende in de zin van deze bepaling. Daarom had de minister het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Het Hof vernietigde het vonnis van het Gerecht voor zover het de behandeling van het bezwaar betrof en verklaarde het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. Tevens werd bepaald dat het Hof-uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beschikking van de minister. Het betaalde griffierecht werd aan de minister terugbetaald.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever tegen de afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard.