ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH0241
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergunning tijdelijk verblijf wegens ontbreken belanghebbende
De minister van Vreemdelingenzaken wees de aanvraag van een werkgeefster om een vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen af. De werkgeefster maakte uit eigen hoofde bezwaar tegen deze beschikking, maar werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba verklaarde het beroep van de werkgeefster gegrond en vernietigde de ministeriële beschikking.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het Hof overwoog dat bij een beschikking tot het verlenen of weigeren van een vergunning tot tijdelijk verblijf alleen het belang van de vreemdeling rechtstreeks betrokken is. De werkgeefster was geen belanghebbende in de zin van artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het beroep van de werkgeefster ongegrond. Tevens gelastte het Hof dat het betaalde griffierecht aan de minister wordt teruggegeven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgeefster wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende was bij de beschikking tot weigering van de vergunning tot tijdelijk verblijf.