ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG8894

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
20 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
239 HLAR 11/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 LavArt. 7 LarArt. 12 Lav
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar werkvergunning vreemdeling

Het bestuurscollege van het Eilandgebied Sint Maarten weigerde een werkvergunning te verlenen aan de werkgeefster voor het tewerkstellen van een vreemdeling. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze weigering, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende was bij de beschikking. De werkgeefster maakte geen bezwaar tegen de weigering.

Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van zowel de werkgeefster als de vreemdeling gegrond en vernietigde de beschikking, waarna het bestuurscollege hoger beroep instelde. Het Hof overwoog dat de vreemdeling geen belanghebbende was en daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden in zijn beroep. Tevens was het beroep van de werkgeefster niet-ontvankelijk omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen de beschikking.

Het Hof vernietigde de uitspraak van het Gerecht, verklaarde het beroep van de werkgeefster niet-ontvankelijk en het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het griffierecht werd vergoed door het Land de Nederlandse Antillen.

Uitkomst: Het beroep van de werkgeefster wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.

Uitspraak

239 HLAR 11/08
Datum uitspraak: 20 november 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
het bestuurscollege van het Eilandgebied Sint Maarten,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 29 januari 2008 in zaak
nr. 2007/86 in het geding tussen:
1. [de vreemdeling], (voorheen) verblijvend op Sint Maarten,
2. de naamloze vennootschap "Hemrajani International N.V.", gevestigd op Sint Maarten,
en
appellant.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 19 april 2006 heeft appellant (hierna: het bestuurscollege) geweigerd aan de naamloze vennootschap "Hemrajani International N.V." (hierna: de werkgeefster) vergunning te verlenen om [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) te werk te stellen.
Bij beschikking van 28 maart 2007 heeft het bestuurscollege het door de vreemdeling daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 29 januari 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten (hierna: het Gerecht), het door de werkgeefster en de vreemdeling daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de beschikking van 28 maart 2007 vernietigd en het bestuurscollege opgedragen opnieuw op het gemaakte bezwaar te beslissen met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft het bestuurscollege bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 10 maart 2008, hoger beroep ingesteld bij het Hof. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 22 april 2008.
De werkgeefster en de vreemdeling hebben een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 september 2008, waar het bestuurscollege, vertegenwoordigd door mr. T.J. Leijsen, advocaat, en de werkgeefster en de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Telgt, advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening arbeid vreemdelingen (hierna: de Lav) wordt een tewerkstellingsvergunning aangevraagd door de werkgever.
Ingevolge artikel 12, eerste lid, kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een beschikking ter zake van een tewerkstellingsvergunning hiertegen binnen vier weken na de dag waarop deze is gegeven bezwaar maken bij het bestuurscollege van het desbetreffende eilandgebied.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) kunnen natuurlijke en rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
2.2. Het bestuurscollege betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat het het door de vreemdeling gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat deze geen belanghebbende is bij de in bezwaar bestreden beschikking.
2.2.1. De werkgeefster heeft verzocht haar krachtens artikel 5, eerste lid, van de Lav vergunning te verlenen om de vreemdeling te werk te stellen. Tegen de afwijzing van die aanvraag heeft slechts de vreemdeling bezwaar gemaakt. Aldus is niet gebleken dat de werkgeefster en de vreemdeling bij het maken van bezwaar met elkaar sporende belangen hadden. Het belang van de vreemdeling kan daarom niet op één lijn worden gesteld met dat van de werkgeefster en de vreemdeling kan niet als belanghebbende bij de in bezwaar bestreden beschikking worden aangemerkt. Het bestuurscollege heeft de vreemdeling onder die omstandigheden terecht niet-ontvankelijk verklaard in het door hem tegen de afwijzing van de aanvraag van de werkgeefster gemaakte bezwaar.
Het betoog slaagt.
2.3. Voorts betoogt het bestuurscollege dat het Gerecht het beroep van de werkgeefster ten onrechte ontvankelijk heeft geacht, nu de werkgeefster tegen de beschikking van 19 april 2006 geen bezwaar heeft gemaakt.
2.3.1. Ook dat betoog slaagt. Ingevolge voormeld artikel 12, eerste lid, van de Lav, kan degene die door een beschikking ter zake van een tewerkstellingsvergunning rechtstreeks in zijn belang is getroffen daartegen bezwaar maken bij het bestuurscollege. Nu de werkgeefster tegen de afwijzing van haar aanvraag geen bezwaar heeft gemaakt, was het door haar bij het Gerecht tegen de beslissing op het bezwaarschrift van de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk (vgl. uitspraak van het Hof van 29 november 2007 in zaak nr. 200 HLAR 28/07).
2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het beroep, voor zover ingesteld door de vreemdeling, ongegrond en voor zover ingesteld door de werkgeefster, niet-ontvankelijk verklaren.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 29 januari 2008 in zaak nr. Lar 2007/86;
III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak door de werkgeefster tegen de beschikking van het bestuurscollege van het Eilandgebied Sint Maarten van 28 maart 2007 ingestelde beroep niet-ontvankelijk;
IV. verklaart het bij het Gerecht in die zaak door de vreemdeling tegen die beschikking ingestelde beroep ongegrond;
V. gelast dat het Land de Nederlandse Antillen aan het bestuurscollege van het Eilandgebied Sint Maarten het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Wattel
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2008
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,