ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG8842
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep ongevallengeld na bedrijfsongeval
Appellante had een verzoek ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om ongevallengeld toe te kennen na een bedrijfsongeval op 9 oktober 2001. De SVB wees dit verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en erkende het ongeval als bedrijfsongeval met een vaststelling van ongevallengeld gebaseerd op een loon van Nafl. 5,20 per uur en een werkweek van twee dagen.
Appellante ging in beroep tegen deze vaststelling en stelde dat zij een zesdaagse werkweek had tegen een maandloon van $450 exclusief kost en inwoning. Zij ondersteunde haar stellingen met schriftelijke verklaringen, maar zonder verifieerbare documenten uit objectieve bron. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep ongegrond omdat de stellingen onvoldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep betoogde appellante dat de SVB onvoldoende zorgvuldig had gehandeld en dat zij de mogelijkheid had moeten krijgen om getuigen te laten horen. Het Hof oordeelde dat de SVB voldoende onderzoek had gedaan, de werkgever was gehoord en administratie onderzocht, maar dat er geen bewijs was voor de gestelde arbeidstijd en het loon. Het Hof vond het terecht dat het Gerecht geen getuigen had opgeroepen omdat de verklaringen niet met objectief bewijs waren gestaafd en appellante zelf geen verzoek had gedaan tot het horen van getuigen.
Het betoog dat artikel 20 van Pro de Landsverordening arbeid vreemdelingen van toepassing zou zijn, werd eveneens verworpen omdat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.