ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3515
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering ongerechtvaardigde verrijking na verbroken liefdesrelatie
De man en vrouw hadden een buitenechtelijke relatie waaruit een kind is geboren. De vrouw kocht in 1999 een bouwvallige woning, waarin zij samenwoonden. De man betaalde de koopprijs en verbeteringen, maar de relatie eindigde in 2003. De man vorderde terugbetaling van NAF 97.326,82 wegens ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank wees de vordering af omdat de man had voldaan aan een natuurlijke verbintenis, hetgeen het hof bevestigt. Het is gebruikelijk dat de financieel sterkere partij in dergelijke relaties voor het onderkomen zorgt. De woning was gekocht met een renteloze lening, en er was een opschortende voorwaarde gekoppeld aan emigratie van de vrouw.
Het hof oordeelde dat de man met zijn inkomen en de omstandigheden van de vrouw geen disproportionele bevoordeling had genoten. De overeenkomst en omstandigheden wijzen niet op eigendomsoverdracht aan de man. De vordering wordt daarom afgewezen en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de man wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen en het bestreden vonnis bevestigd.